KeenR-blog

Voordat jouw potentiële klant een aankoop doet bij het bedrijf waar jij je voor inzet, is hij hoogst waarschijnlijk al meerdere keren in aanraking gekomen met de communicatie-uitingen van het bedrijf. Maar welke communicatie-uiting gaf de doorslag voor het doen van de aankoop? Of hebben alle communicatie-uitingen tezamen een bijdrage geleverd? 

Welke communicatie-uiting heeft bijgedragen aan het behalen van een conversie, wordt via Google Analytics bijgehouden met waardepunten. Als één contactmoment verantwoordelijk is voor de conversie, zal 100% van deze waardepunten toegekend worden aan de communicatie-uiting die hieraan ten grondslag lag. Echter kunnen de conversies die een bedrijf behaalt, op vele manieren geregistreerd worden, als de consument meerdere keren de website heeft bekeken.

Het kan dus voorkomen dat het aantal behaalde conversies niet in elke tool overeen komt. Dit komt door de verschillende conversietoeschrijvingsmodellen. Conversies meten kan op verschillende manieren. Hiervoor is geen beste methode maar er zijn wel veel gebruikte methoden om dit te meten. In dit blog worden verschillende toeschrijvingsmodellen besproken.

Bij het toeschrijvingsmodel ‘laatste interactie’ worden alle waardepunten van de behaalde conversie toegekend aan het kanaal waar de consument als laatste vandaan kwam voordat de conversie werd behaald. Als de conversie een aankoop bedraagt die online betaald moet worden, dan kan het zo zijn dat de laatste interactie de bank is waarmee de consument de aankoop betaalt. In dit geval is het niet verstandig om dit toeschrijvingsmodel te kiezen. Je kan dan namelijk niet zien van waaruit de geconverteerde bezoeker op de website is beland,  aangezien in dit geval alle waardepunten van de conversie als referral van de bank worden toegekend.

Bij het toeschrijvingsmodel ‘Laatste niet-directe klik’ wordt het directe verkeer buiten beschouwing gelaten bij het toekennen van de conversiewaardepunten. De conversie wordt in dit geval volledig toegekend aan het laatste kanaal, voorafgaand aan de behaalde conversie, waarop de consument heeft doorgeklikt.

Volgens het toeschrijvingsmodel ‘Laatste AdWords-klik’ krijgt de laatste AdWords-klik  alle conversiewaardepunten van de behaalde conversie.

Bij het toeschrijvingsmodel Eerste interactie’ krijgt het eerste kanaal, waardoor de consument  op de website belandt, de volledige conversie toegekend. Echter kan het zo zijn dat de websitebezoeker al een tijd niet op je website is geweest. Afhankelijk van deze tijdsduur ziet Google Analytics deze persoon als een nieuwe klant terwijl dat niet het geval hoeft te zijn.

Volgens het toeschrijvingsmodel ‘Lineair’ krijgt elk contactpunt en daarbij elk kanaal van het conversiepad evenveel waardepunten voor het behalen van de conversie. 

Volgens het toeschrijvingsmodel Tijdsverval’ krijgen de contactpunten die in tijd het dichtst bij de conversie liggen de meeste waardepunten. Contactmomenten die eerder zijn geweest krijgen ook een deel van de waardepunten toegekend, maar dan minder.

Bij het toeschrijvingsmodel Positiegebaseerd’ wordt zowel aan de eerste als aan de laatste interactie 40 procent van de waardepunten toegeschreven. De resterende 20 procent wordt evenredig verdeeld over de tussenliggende kanalen en interacties met de website.

Welk toeschrijvingsmodel je ook kiest voor het meten van je conversies, het zal nooit waterdicht zijn. Als consumenten met verschillende devices je website bezoeken, zal deze consument vaak ook als meerdere personen worden gezien in Google Analytics. Ook kan het zijn dat de consument in aanraking komt met offline communicatiemiddelen. Ook hierbij is in veel gevallen niet te achterhalen of het om dezelfde persoon gaat.

Kortom, elk toeschrijvingsmodel heeft voor- en nadelen maar het is belangrijk om je te realiseren welke je analyseert voor jouw campagne.

Kom je er niet helemaal uit? Neem dan contact op met een van onze experts!